goudveil.jpg
Het 's Heerenbos (Oostmalle)

Net ten zuiden van het domeinbos Wolfsschot in Oostmalle strekt een ander bos zich uit tot aan het gehucht Salfen: het ’s Heerenbos (of ’s Heerenbosch, zoals het in het verleden gekend was). Van dit bos kocht het Vlaamse geweest in 1997 zo’n 100 hectare aan. Het domein behoorde voor vroeger toe aan de familie de Renesse. Tot voor de aankoop werd het bos beheerd als een privé-jachtdomein. De imposante dreven die ook vanop enkele openbare wegen zichtbaar zijn, spreken tot de verbeelding.
Hoewel weinig over het bos geweten was, werd al snel duidelijk dat het in vele opzichten bijzonder waardevol was. Het beheer van het bos is nu 5 jaar in handen van de afdeling Bos en Groen. Ondertussen gebeurde er ook al heel wat werkzaamheden en ook al enkele inventarisaties. Het bos geeft beetje bij beetje zijn geheimen prijs.

Flora en fauna
In 1988 inventariseerde Leo Dufraing de nachtvlinders in het bos. Ondanks de mindere weersomstandigheden werden er heel wat soorten aangetroffen. Nachtvlinders zijn een goede indicator voor de kwaliteit van het bos. Leo vond het verheugend te kunnen vaststellen dat er een behoorlijk aantal interessante soorten voorkomen uit het bos-, heide-, en moerasbiotoop. Een aantal gevonden soorten zijn typisch voor oude loofbossen.
In de winter van1998-99 kreeg het bos verder nog bezoek van mossenspecialisten. Ook zij maakten een beperkte inventarisatie van de mossen en lichenen. Zij noemen het ’s Heerenbos potentieel belangrijk voor mos- en lichenenflora. Tevens wezen ze op de aanwezigheid van teveel exoten in het drogere bos waaronder rododendrons, Amerikaanse vogelkers en Amerikaanse eik.

Tot en met 1998 werd er in het bos al wel naar vogels gekeken maar van een echte inventarisatie was geen sprake. Havik, Buizerd, Sperwer, Wespendief en Bosuil kwamen er broeden. De boomvalk was er vaste klant om op libellen te jagen. In 1999 startte vogelkenner Paul De Cnodder een broedvogelinventarisatie in het bos. Paul liep telkenmale eenzelfde ronde waarlangs hij dan de vogels telde. Deze ronde besloeg niet het gehele bos maar de meeste biotopen werden er wel in opgenomen. Hij telde er 76 vogelsoorten waaronder 45 als broedvogel. De talrijkste broedvogels waren Merel en Houtduif. Een belangrijke broedvogel was de Bonte vliegenvanger. De populatie werd op zeker vijf koppels geschat. Anno 2002 is deze teruggevallen tot 2 koppels maar het vervangen van nestkasten kan hier verbetering in brengen. Als typische bosbewoners deden ook Boomklever en Boomkruiper het zeer goed met respectievelijk 7 en 11 koppels. De Boompieper was te vinden langs de graslanden aan de grote schuur en langs de Salphense baan. De Bosuil is aanwezig met 3 paar en de Buizerd met 2 paar. Andere broedende roofvogels waren nog Sperwer en Havik. De Boomvalk, voorheen een vaste broedvogel, werd niet meer gezien. Door het aanbrengen van een nestkast voor de Kerkuil in de grote schuur kan ook deze soort hier een kans krijgen.
Een voor de Kempen minder algemene bosvogel is de Fluiter. Er werden twee koppels geteld. Hoeft het te verbazen dat de spechten het er zeer goed doen? 1 koppel Groene Specht, wel vijf koppels Grote Bonte specht, 1 koppel Kleine bonte specht en 1 koppel Zwarte Specht. De matkop is weer een andere liefhebber van dood hout. Er werden acht territoria van deze mees geteld.
Belangrijke soorten die enkel als bezoekers werden waargenomen waren Ijsvogel, Rietgors, Sijs, Vuurgoudhaantje, Wespendief, Wintertaling, Kleine Karekiet en Keep. De Ijsvogel en de Wespendief werden meermaals waargenomen zodat een broedgeval in de omgeving niet uitgesloten is.
Het bos heeft dus een belangrijke waarde voor vogels. Typische bosvogels en roofvogels komen er in hoge aantallen voor. Sommige soorten zoals de Grote bonte specht halen hier hun maximale bezetting.

Er is nog veel inventarisatiewerk aan de winkel. Wat zoogdieren betreft weten we enkel dat Bunzing, Konijn, Haas en Ree er aanwezig zijn. Onderzoek naar het voorkomen van vleermuizen, muizen en marterachtigen is zeker nodig. 
Wat amfibieën betreft werden Alpenwatersalamander, Kleine watersalamander, Groene kikker, Bruine Kikker en Gewone pad reeds aangetroffen. De reptielenfauna beperkt zich hoogst waarschijnlijk tot Levendbare Hagedis en Hazelworm. Het is wel opvallend dat de Levendbarende hagedis weinig wordt gezien. Misschien dat het stoppen met uitzetten van fazanten hierin verbetering kan brengen.

Ook vlinders werden nog nauwelijks onderzocht. De lijst blijft voorlopig beperkt tot Citroenvlinder, Klein Geaderd witje, Groot Koolwitje, Gehakkelde Aurelia, Atalanta, Kleine vuurvlinder, Eikepage, Koevinkje, Bruin Zandoogje, Oranje Zandoogje, Dagpauwoog, Landkaartje en Oranjetipje. In 2002 werd hier het weinig voorkomende Bont Dikkopje aan toegevoegd. 
De rest van de insectenfauna blijft eveneens grotendeels onbekend. Een ander groot hiaat is de kennis over de flora. Er zijn belangrijke oude bosvegetaties aanwezig evenals relicten van heide en heischrale graslanden. In de schrale graslanden en bermen vonden we reeds Gevlekte Orchis, Hondsviooltje, Moerasviooltje, Tormentil, Liggend hertshooi en Grondster. Het beekbegeleidend loofbos herbergt Ruwe smele, Heksenkruid, Bosanemoon, Verspreidbladig goudveil, Slanke sleutelbloem, Klaverzuring, Muskuskruid, Grootbloemige muur, Bosviooltje en Gele dovenetel. De zeldzame Eenbes werd in 2002 ook aangetroffen.

Door een aangepast beheer wordt ondertussen getracht een aantal natuurwaarden te verhogen. Een verschralingsbeheer van graslanden is gestart. De Gevlekte orchissen namen tenminste op één plaats al uitbreiding. Een verlaten akkertje werd bebost met zomereik en hazelaar. Op andere plaatsen wordt een boszoom aangelegd zodat een geleidelijkere overgang van bos naar open ruimte ontstaat. Dit is van groot belang voor de vlinderfauna. De aanplanting gebeurde vooral met wilg en zwarte els. Deze bomen zijn van belang voor insecten en vogels. Een oud boshooilandje wordt terug in ere hersteld. 
Naast natuurbeheerswerken wordt er ook hard gewerkt aan het herstel van het landschap. Vervallen koterijen en gebouwen worden opgeruimd evenals oude kraaienvallen en fazantenkooien. De doolhof werd deels drastisch gesnoeid. Spijtig is wel dat veel taxussen zijn afgestorven door stagnerend water. De smeedijzeren poorten worden gerestaureerd. En het onderhoud van de wegen werd hervat. Er werden herstel- en onderhoudswerken uitgevoerd aan de grote schuur en een klein stalletje. Door dit alles hopen we de historische waarden te behouden en de recreatieve, landschappelijke en ecologische waarden te verhogen.

Toegankelijkheid 
Het publiek kan reeds kennis maken met het bos via geleide wandelingen. Momenteel is het ’s Heerenbos nog ontoegankelijk.

Naar een tekst van Werner Van Hove (boswachter), “ ’s Heerenbosch, een bos vol natuur” in het Natuurkrantje, nr. 18, november 1999.


Lees meer over de geheimen van het 's Heerenbos; Dirk Van Gorp u nog heel wat vertellen.

 





Copyright © 2013 Natuurpunt Voorkempen. Alle rechten voorbehouden.
Joomla! is gratis open source software vrijgegeven onder de GNU/GPL Licentie.